Historie

Molen Ter Sleepe

De stenen korenwindmolen ‘Ter Sleepe’ dateert van de periode 1795 -1800. Ongeveer 200 jaar geleden waren er, alleen in het arrondissement Oudenaarde reeds, 115 actieve windmolens. Vandaag zijn er, over de hele Vlaamse Ardennen verspreid , nog een tiental maalvaardige windmolens. Een van de mooiste vind je vlakbij, in de Ommegangsstraat. Deze molen maalt nog regelmatig koren en je kan er zelfs gemalen graan kopen. Wanneer je vanuit de tuin naar het noord-oosten kijkt zie je op de heuveltop de prachtige Bossenaeremolen.

De naam ‘Ter Sleepe’ dankt de molen aan het feit dat hij vaak meer sleepte dan liep. De molen bevindt zich nl. niet op het topje maar halverwege op een grote aflopende vlakte, een uitloper van de getuigenheuvels. Hierdoor was er vaak te weinig wind om hem vlot te laten malen. De wieken zijn jammergenoeg reeds lang verdwenen.

Kunstenaar Piet Van Praet, Pépé Parolé, kocht deze molen ongeveer tien jaar terug en zette de verbouwing tot woonhuis verder om de molen zo van de ondergang te redden. Met veel vakkennis, een engelengeduld maar vooral met hart en ziel bouwde hij de molen om tot een kunstzinnig hoogstandje!

Piet Van Praet verbouwde eerder reeds, met veel succes, het restaurant ‘Het schitterend ongeluk’ te Herzele.

Als je houdt van Gaudi en Hundertwasser zal molen ‘Ter Sleepe’ je meer dan zeker kunnen bekoren.

De werking van een windmolen

Hoeveel typen we ook kunnen onderscheiden, het principe van een windmolen blijft altijd hetzelfde. De energiebron van de windmolen, de wind, wordt gevangen door het wiekenkruis, een samenstel van twee lange balken, roeden genaamd, tegenwoordig meestal van ijzer gemaakt, vroeger altijd van hout. De helft van een roede is een wiek en deze bestaat aan de ene kant uit een samenstel van latten, het hekwerk. Aan de andere kant zitten langslatten en uitneembare windborden. Door de gebogen vorm van het hekwerk (de zeeg) en de langslatten (voor- en achterzoom) vangt het wiekenkruis wind en gaat de molen draaien, uiteraard alleen als er voldoende wind is. De roeden zijn gestoken in de bovenas, die aan voor- en achterzijde gelagerd is in een steen. Om deze as is in de molenkap een groot wiel aangebracht, het bovenwiel, dat voorzien is van houten tanden, kammen genaamd. Om dit bovenwiel ligt een krans van houten blokken die tezamen de rem vormen, de vang, welke door middel van hefboomwerking kan worden bediend. De molenaar licht de vang – de blokken wijken -en de molen kan gaan draaien. 
In de molen staat een verticale spil, de koningsspil, welke aan boven- en onderzijde gelagerd is met een ijzeren verticale pen, de taats. De koningsspil heeft aan de bovenzijde een wiel dat met kammen of staven in de kammen van het bovenwiel grijpt, we noemen dit resp. de bovenbonkelaar of bovenschijfloop. Bij korenmolens loopt de koningsspil tot halverwege de molen, de taats ervan zit dan in een grote zware balk, de donsbalk. Even daarboven zit om de koningsspil weer een groot wiel, het spoorwiel, waarmee uiteindelijk de maalstenen aangedreven kunnen worden. Bij poldermolens loopt de koningsspil tot onderin de molen en is daar voorzien van een onderbonkelaar of -schijfloop. Via een ander wiel wordt zo het wateropvoerwerktuig, een scheprad of een vijzel, aangedreven. Het door de wieken aangedreven geheel van assen, wielen, spillen en werktuigen noemt men het drijfwerk of gaande werk. Dit werk is het hart van de windmolen en geeft dit monument zijn bijzondere waarde. Bron: Frans Tullemans)
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

  • Molen Ter Sleepe

    Weitstraat 4 - 9681 Maarkedal-Nukerke
%d bloggers liken dit: